Plannen maak je om te kunnen wijzigen.

Dit is het moto geweest van 2019.

Pirlouit ligt nu even aan de ketting in Fiji, geen nood. Het hoort zo.
Daar durft al eens een cycloon passeren, bij ons ook gekent als orkaan of typhoon.
Daarom maar beter aan een ketting bevestigen dan aan een touwje.

Wat nu hoor k je denken.

September ga ik terug en bereid voor om naar het noorden te varen. Japan. Het nieuwe doel.
Een tocht van ongeveer 5000 nautische mijlen die langs de eilanden , Vanuatu, Solomon, Oost papua, Micronesia en Guam loopt.

Die in 8 maand af te leggen is om uiteindelijk de laatste sprong naar Japan te maken.

Pittig wordt het zeker, onvergetelijk natuurlijk, genieten… vanzelfsprekend.

Ik droom er alvast enkele maanden van. Jij ook? Ik ben opzoek naar extra handen/ogen om Pirlouit veilig naar daar te zeilen.

 

Cruising Fiji

7 dagen hard gaan. Dat was van Nieuw-Zeeland naar Fiji. De combinatie van nieuwe zeilen, proper onderwaterschip en +20knopen uit een gunstige richting laten ons vlotter dan verwacht de afstand van 1050Nm afleggen.

De golven willen in het begin niet echt meewerken. Nacht 2 gaan we dan ook ff plat. Schade: 20 eieren kapot en de boeken herschikt. Al bij al geen drama maar daarna toch een reef in het grootzeil gestoken.

Bij vertrek vangen we een tonijn maar niemand is goedgenoeg -zeeziekte aan boord- om direct deze jonge te verwerken.

Het inklaren gebeurt op Fijiaans tempo dus tijd genoeg om ff met een vod door heel de boot te gaan. Tis nodig.

Ons bezoek is er. Time to explore Fiji.

 

 

Up to Fiji

Maandag zijn we weg! De weergoden hebben beslist… En nina vaart mee 🙂 We vertrekken naar Fiji en klaren in bij Suva. We zijn nu 2 dagen voor vertrek. Gepakt en gezakt. Tijdens ons koffieke in de kuip besluiten we dat we nog nooit zo’n easy going vertrek hebben gehad 🙂 We schatten een achttal dagen zeilen… See you on the other site 😉

Kijk onze nieuwe zeilen! #topwerf#lenaertshvac

Pirlouit 2019

’t is zover: Pirlouit krijgt een nieuwe laag rood! We kunnen toch moeilijk die nieuwe gesponsorde zeilen heisen op een afgebladderde boot. Pirlouit veranderd een beetje van identiteit 😉 van ‘the one who supposed to be red’ naar ‘the red one’ dankzij Lenaerts HVAC en TOPWERF!

17 dagen Aitutaki

We zijn klaar om te vertrekken. Een goei briesje vanuit het oosten. Bij hoog water vanavond duwen we Pirlouit door de pas.  De tocht naar hier was behoorlijk woelig. We hadden veel wind en irritante golven uit zuidoost die het onmogelijk maakten iets anders te doen dan plat te liggen. We waren beide drie dagen ziek. Dries heeft een paar aardappelen in schil kunnen koken 🙂 Da’s een grootse verandering in Dries z’n keuken. Normaal zijn het Noodles, zelfs daarvoor was het weer te shaky, gegarandeerd Noodle soep overal. In ieder geval, wat ik wilde zeggen is dat we moe, mottig en hongerig waren toen we hier aankwamen. De ankering voor Aitutaki reef mag geen ankering genoemd worden. De kans dat we onze nieuwe Rocky33 (nieuw anker, in Tahiti gekocht) daar zouden verliezen was reëel. Dat hebben we later bij het snorkelen daar ook gezien. Er valt een boel oud ijzer te verzamelen daar… Dus voor anker en wachten op hoog tij was geen optie en we waren zo moe, te ongeduldig om voor de deur rondjes te blijven varen. “’t zal wel meevallen die ondiepe pas”. Volle gas vooruit tegen de stroom in. zoals beschreven in de pilot is er een ‘echte’ ondiepte op zo’n 2 derde in de pas. Boenk. Daar geraken we dus vast. Slim. We hadden beter gewacht. Nog wat extra gas vooruit dan maar. We hebben niet veel keuze… ’t leek eerder zand dan koraal. Pirlouits buik schurkend over het zandkoraal geraken we zachtjes vooruit. De motor jankt, ik denk niet dat we hem al ooit tot zoveel toeren hebben opgejaagd. Dries en ik trekken beiden een beetje bleek weg: “daarvoor hadden we toch die stalen boot gekocht. Niet?” zeggen we bijna tesamen. 🙂 Bekijk het van de positieve kant: In Raiatea had Dries pokken onder de kiel gespot. Die hebben het nu zwaar te verduren… We varen nu af naar Palmerston en wachten op hoogwater vanavond. Wijs.

Tijdens onze 17 dagen hier hebben we Tou ontmoet. Ze is drie jaar eerder terug naar  Aitutaki gekomen, haar geboorte-eiland, en probeert geleidelijk aan haar leven hier weer op te bouwen. Ze was ongelooflijk gastvrij, deelde haar door werk verdiende tonijn met ons en bood ons fruit aan uit haar tuin. Afgelopen dinsdag zijn we vroeg opgestaan om nog voor de hitte van de middag haar dak te schilderen… Nu staat ze aan de kade met drie trossen nog groene bananen zakken vol papayas (pawpaw), aubergines, cocosnoten, tomaten en citroenen. Te veel voor ons. Maar we varen naar Palmerston, daar komt geen vliegtuig, het schip komt maar een keer om de drie maanden en ze hebben geen land om groenten en fruit te groeien. “Geef het aan de families daar”: er wonen 52 mensen waarvan 15 kinderen. Palmerston is helemaal anders dan Aitutaki, word ons verteld. Ook andere eilandbewoners komen ons aanspreken: “wie van jullie gaat er naar Palmerston? Willen jullie spullen voor familie meenemen?” Natuurlijk, gooi maar aan boord 😉 Cargo Pirlouit.

Aitutaki was ons eerste Cookeiland. Vanaf nu is het Engels, of eerder: “polynesisch-kiwi-engels”, rugby, burgers en fish&chips. Een verschil met Frans polynesië, er heerst een andere sfeer… Daar was het volleybal, stokbrood en “frans”. Op vrijdagavond is het hier feest aan de haven: Er worden rugby matches gespeeld (op blote voeten), de foodtruck wordt geopend en alle eilandbewoners zakken met hun brommertje af naar de waterkant.

Brommertjes, er zijn er honderden en ze rijden links. Iedere ochtend komen alle kitesurfers naar de haven gesnord op hun gehuurde ‘Honda Nice’ en stappen in de ‘wet and wild’, de kitesurfers-boot die hen naar een van de meest gegeerde kiteplekken ter wereld brengt. De motu van Aitutaki zorgt voor een vlakke, rimpelloze lagoon waar de passaat los over waait: een kitesurfwalhalla. Toeristen zijn hier sportievelingen en waaghalzen die een behoorlijk reisbudget besteden aan de beste kite-spots in de wereld. Ze kiten van zonsopgang tot zonsondergang. Vergelijk het met een skigebied in tropische sferen. Wij snorren in onze dingy ook een dagje naar daar om dan naar hun showkes te kijken. Quinten is de eigenaar van de ‘wet and wild’. Hij bakt ’s middags fishburgers met mahi-mahi of tonijn voor zijn klanten en doet in de namiddag nog wat grave trucs met zijn kite. Zijn zoontje (9jaar!) volgt met een kleinere kite. Als April vraagt of hij niet naar school moet zegt Quinten dat hij bijna iedere ochtend een ziekte faked om niet te moeten gaan. Tegen de tijd dat de wet and wild naar de motu vertrekt is hij wonder boven wonder steeds genezen. “Uiteindelijk gaat hij de kite-club toch overnemen” zegt Quinten. “Dan kan hij het maar beter leren…”

Hop naar Palmerston. De SPOT zal pas terug werken vanaf Tonga…

 

Merci

Merci Elsbeth voor de foto’s! Met wifi van hier en onze eigen ‘kwaliteiten’ als fotografen had er nu nooit een prachtige reportage op gestaan…
Merci Wout voor de kaartjes! 😉 want met de satelieten van spot kom je niet te weten waar we zijn…

Wij vertrekken tegen het weekend naar Maupiti en dan Maupihaa. Afhankelijk van het weer en de condities om daar het rif door te geraken houden we bij beiden een stop. Daarna is Aitutaki onze eerste stop op de Cookeilanden.

Waar is Pirlouit (update 21/06/2017)

Makemo, Westpas, 20 juni 2017.

We hebben net de pas gesnorkeld. De atollen zijn een soort van donuts in de oceaan; allemaal kleine eilandstrookjes (motus) die samen een rondje vormen. Wij varen dan die donut (lagoon) binnen tussen twee eilandjes door; de pas. Daar kan erg veel stroom staan, je moet de juiste moment afwachten om erin te varen. Pilots geven zogezegd de info over die stroming, maar die is voor het merendeel van de atollen die we doen schaars. Uiteindelijk komt het erop neer dat we voor de pas gaan drijven en even voelen hoe de stroming zit. Als we andere boten binnen zien varen vragen we naar de condities over de radio.

In de pas snorkelen is zoals televisiekijken. We wachten tot de stroom de lagoon binnen loopt of ons toch niet té hard naar buiten sleept. Dan drijfsnorkelen we gewoon door de pas en zie je al het koraal en vissen als een film passeren.

Eens de pas door kan je met de dingy tegen de stroom op en de film nog eens zien :-).

In Raroia gingen we met Maggie en Andreas van de Stella Polaris mee. Zij hebben wat meer paardenkracht op hun outboard, dus gingen we met een stevige stroom inwaarts snorkelen; raften! Het drijven op de stroom was vooral het spektakel toen. Het pretparkgehalte was hoog!

Nu, na de Makemo pas gedaan te hebben, besef ik ook dat we daar wel erg veel haaien hebben gezien. Hier waren het vooral kleurrijke kleinere visjes en een grijze haai die ons wat volgde, wel enger dan de blacktipreefsharks die je vooral in de lagoons ziet. Ik kijk al uit naar de volgende passen die we gaan snorkelen op de atol Tahanea, Faaite en Fakarava. Ik denk dat je hier jaren zoet bent met atol-hoppen… Helaas kiezen wij voor slechts één seizoen 🙂 Het meerendeel van de zeilers die we tegenkomen blijven in

Frans Polynesië voor enkele seizoenen. Dat leek ons eerst niet mogelijk vanwege orkaanseizoen. Maar dat blijkt al bij al wel mee te vallen. In ieder geval, ’t wordt sowieso Nieuw-Zeeland voor ons. Havens en vliegtickets vanaf hier zijn een pak duurder. Plus, je kan hier dan je hele leven blijven hangen. Stella Polaris vaart ook naar Nieuw-Zeeland. Zij vertrokken voor ons in Raroia rechtstreeks naar Fakarava. We hebben het fijn gehad samen op Raroia, en ‘spreken af’ dat we elkaar voor Nieuw-Zeeland nog wel tegenkomen. Inti, Stefan en Rik bleven nog langer in Raroia.

De laatste avond houden we met z’n allen de lang besproken cheesecontest: kaas en wijn avond met humus en veel augurken… Ik was allang gestaakt met mijn pogingen om yoghurt te maken, want die mislukten. En al mijn startyoghurtjes geraakten op (die spaarde ik een beetje om na mijn antibioticaweek te kunnen eten). Raar want in Chili werkte het prima. De meeste yoghurt veranderd in kaas voor je het weet. Rik geeft me kefir om kaascultuur mee te starten en legt alles uit. Kaasmaken is de nieuwe bezigheid! Ik heb toch amper groenten of vers eten om mee te koken. Dan wordt die bilge vol blikken uiteindelijk eens leeggegeten 😉

We doorkruisten Makemo alleen, zo rustig en verlaten dat we allebei onder de indruk waren. We hebben er ook erg van genoten, een paar dagen privé ankeren 🙂 Sinds Raroia komen we meerdere ‘onbekende’ zeilers tegen. De vloot die uit Gambier vertrok is ons al vertrouwd. Nu we meer Noordelijk komen komt er ook een groot deel zeilers uit de Markiezen op hun weg naar Tahiti. De coconutmilk-run noemen de Amerikanen dat: Panama, Galapagos, Markiezen en Polynesie.

Bij de ankering aan de Westpas lag Fransman Joel met een ander zeiljachtje en een mega yacht van 40m.

Deze ochtend was Dries de held die Joel hielp om van het rif te geraken waar hij opgevaren was. Ze vertrokken vroeg om Tahanea voor zonsondergang te bereiken. Maar dan staat de zon laag en zie je de ‘patatten’ niet. Met behulp van Dries in de dingy en een lijn naar het ander zeiljachtje geraakte hij er weer af zonder al te veel schade. Wij wachten tot vanavond voor zonsondergang om een overnacht tochtje naar Tahanea te doen. We hebben de route van de ankering naar de pas al op patatten (zo noemen de locals de koraalbrokken) gescand toen we gingen snorkelen…

Zoals vaak is het hopen dat we zonder duiken ons anker loskrijgen. Zandgrond is hier zeldzaam en de ketting ligt tussen de koraalbrokken soms stevig vast. Pirlouit heeft een upgrade gekregen 🙂 We zijn er allebei heel blij mee: een échte bimini! Op het strandje bij het dorp van Makemo zagen we hem al staan. Allebei onze ogen begonnen te blinken: dat hebben we nodig! Zou die van iemand zijn? Het is zo’n tentje dat de motorbootjes hier standaard hebben. Velen halen het eraf omdat het onhandig is voor de vislijnen… Tijdens het wachten op de tandarts (inderdaad! We hebben óók een tandarts gevonden! hij is op missie en hopt van atol naar atol… We hebben het geluk hem tijdens zijn aanwezigheid in Makemo te treffen!) geraken we aan de praat met poetsvrouw Melanie. Ze is erg lief en blijft geboeid doorvragen over België en zeilen… Ze nodigt ons uit voor haar verjaardagsfeest die avond bij haar buren Asma, Farid en kinderen. En wat wil het toeval: de zonnetent staat op het strand achter haar huis! Het is van hun bootje, ze gebruiken hem nooit, dus we mogen hem kopen! Feest! Even proberen op de boot en hij past perfect over de kuip! Einde aan doodbakken in de zon! Joepie! Of Dries, voor we vertrekken, nog even naar de airco van Farid wil kijken? Natuuuuuurlijk! Hopla, die is ook weer hersteld 🙂

Bedankt Melanie voor de MEGA-UPGRADE!

Makemo

 

Bericht vanuit Amanu Atol

Jonas en Lenie kwamen een dag na ons aan op de ‘luchthaven’ van Gambier, niet groter dan een schuur, kleurig versierd met vlaggetjes. Pirlouit lag geankerd voor de deur, de kiss and ride zoals wij dat noemen 🙂 dat was hier een kleine stijger voor de busboot die de passagiers van en naar het dorp bracht. We zagen het vliegtuig landen op het strand en het werd geparkeerd voor onze neus. Koffer open, bagage er uit en even later hebben we Jonas en Lenie in de Moo geladen en mee aan boord gebracht. Extra handen om mee aan het klussen te gaan.

De eerste week doen we herstellingen, ook mijzelf. Sinds Rapa Nui had ik oorpijn en de laatste twee nachten op zee ziekelijk veel tandpijn. We gaan naar het ‘Centre Medical’. Daar blijkt een verpleegkundige de wacht te houden. Nee, een dokter dat is er niet. Een tandarts? Die komt volgend jaar. Ze kijkt in mijn mond en mijn oor: “ik zie niets” zegt ze en ze geeft me een doos antibiotica mee. Daar werden we niet veel wijzer van.

Het was maandag, de eerst volgende vlucht naar Tahiti met de dichtstbijzijnde dokter was dinsdag. Dries denkt erover om mij over te vliegen omdat ik met momenten lag te janken van de pijn. Ik had alles behalve zin in een vlucht naar Tahiti en een ongepland bezoek in het ziekenhuis daar. Gelukkig ontmoeten we Rik, de solozeilende Vlaming die ook voor anker ligt in Rikitea. De eerste zeilende Vlaming die we op onze reis tegenkomen! Hij weet raad: Op de catamaran zit de gepensioneerde Franse dokter Bruno. Eén consultatie en praatje bij hem vertelde ik dat ik een abces heb. Hij is onder de indruk van onze uitgebreide en ordelijke medicatielijst (merci Dominique!) “Oh je hebt morfine, die had je toch kunnen nemen” zegt hij en wijst de pillen aan die ik uit de koffer moet opdiepen en nemen. Drie dagen later was alles voorbij. Allemaal handig al die pillen aan boord, maar als je niet weet de welke te nemen. Lang leve Bruno!

Al varend komen we hem en zijn vrouw hier en daar nog tegen. Dan vraagt hij hoe het gaat en raad me aan in Papeete nog even een check te laten doen, misschien is er een oorzaak en komt het terug.

De voorstag staat er weer op, da’s al iets. Het profiel waar de genua mee op de stag zit is banaan gebogen door te lang op het dek te liggen. Drie van de zes stukken zijn krom. En waarschijnlijk niet meer te herstellen. Die hebben we nu tegen de reling gespannen. Hopelijk krijgen we het weer terug gebogen. In Gambier hebben Dries en Jonas dat met verhitting geprobeerd maar hij trok direct weer banaan. Blijkbaar is er een verdeler van facnor in Tahiti, hij heeft de profielen wel in stock. Momenteel varen we met de werkfok. Dat gaat al bij al nog goed vooruit.

De trip van Gambier naar hier (Amanu) kregen we een front over: we werden 12u geteisterd door hevige regenbuien, wind en golven. De genua werd niet gemist. Het begon bij zonsondergang. Ik hoorde de regen komen en kwam nog snel uit bed voor een douche. Na de douche begon het harder te waaien en regenen. Meestal bij squals is dat na een half uur toch wel over. Deze duurde tot de ochtend en hield ons ook bezig tot de ochtend. Beginnen met reven te steken en de windvaan helpen sturen. Om een of andere reden kon die het niet aan. Dus we stonden daar buiten in de storm, in ons onderbroek met reddingsvest erover. Als je uit de kuip kwam werd je gegarandeerd door wind of golf weggemaaid. Jonas en Lenie waren ook aan boord. Die waren al zeeziek voor de storm. Lenie werd op de bank gestockeerd en Jonas in’t bed vooraan, beide met een emmer voor hun neus. “het enige wat jullie moeten doen is zo weinig mogelijk kotsen” heb ik nog gezegd. We waren met een hele vloot vanuit Taravai (Gambier) vertrokken richting Amanu, een stuk of acht boten. We hebben allemaal hetzelfde front overgekregen. De solozeilers onder de vloot bleken het het zwaarst te hebben gehad. Wij besloten eerst om samen buiten te blijven en te sturen tot het over was. Iedere keer als we een helder gaatje zagen in de zwarte wolkenmassa zeiden we hoopvol, het is bijna voorbij. Maar jah, we vaarden ruim met de wind mee, dus ook met de storm… Na veel regen, gekots (ook van mezelf, cocosnoot kan je best niet kotsen…) en prutsen aan de automatische piloot werd het licht en ging de storm liggen. Ook Lenie die al twee dagen niets binnen hield (echt niéts), ook liggend niet, kwam na de storm wat bij. Ze kwam zelf op het ingenieuze plan om geen zeeziektepillen meer te nemen maar anti-braak middel, dat hielp (lang leve de medicatiekoffer!) De twee combineren durven we niet.

Ik denk dat we de overtocht alle vier wat idyllischer hadden ingeschat. Maar jah, ’t kan ook zo zijn, dat wisten we eigenlijk al. ’t Is het allemaal wel waard want Amanu is een paradijs! Het is de eerste atol die we aandoen: wauw! Ankeren in een turquoise blauwe baai met prachtig koraal en palmbomenstrand. Wohooo! check al die eilandjes! die kleuren! dat strand! De 100 mensen die hier wonen leven van vis en cocosnoot, meer is er niet, geen fruit, geen groenten. Iedere woensdag komt er een boot. Die brengt frisdrank, eieren, bloem, alcohol en tabac. Dat zal het zo bijna zijn. Burgemeester ‘Francois’ nodigt de volledige zeilvloot uit voor een visBBQ in zijn dorp. Hij is 23 jaar en tevens dé verpleegkundige van Amanu en de enige met internet op zijn telefoon. Zijn kantoor lijkt dan ook eerder een dokterspraktijk. Trots leid hij ons rond, laat ons de gegrilde vis met cocosbrood proeven na een officiële speech. We krijgen alles te zien: in de gloednieuwe stormshelter voor eventuele orkanen die helemaal overkomt als een Belgisch/Europese school of ziekenhuis op poten. Hij toont uitgebreid hoe de lift voor rolstoelen werkt 🙂 De lokale winkel wordt snel voor de zeilers geopend, ondanks het feit dat het feestdag was. Pintjes verkopen ze niet, enkel sterke drank. Het is de eerste keer dat er op Amanu zoveel zeilboten passeren, ze zijn erg blij met ons bezoek, zegt Francois. Hij hoopt in de toekomst meer zeilers te ontvangen. Amanu is veel kleiner en verlatener dan Hao… De mensen zijn enorm gastvrij en blij om ons te ontvangen. Dries en Jonas gaan de volgende dag mee spearfishen met Sandy, de locale visser. ’s avonds grillen we de vangst op een kampvuurtje aan het strand. Een trend die we tot nu toe bijna dagelijks hebben verdergezet aangezien enkele van de andere zeilers ook spearguns bij hen hebben: Feest!

Welcome to paradise!

Satmail 30/04/2017 21:26u

Pech, dubbel pech!

De voorstag (de bolbout waarmee hij id top geankerd is) is gebroken, weeral! om 22u UTC, zo’n vier uur voor zonsondergang. Veel gedoe, patatie patata, same story as before. (veel blauwe plekken, spierpijn en een schorgegilde keel) Maar nu: nog 570NM en we zijn in Gambier: Gambier!? Met moeite ‘land’ te noemen. Geen continent in de buurt. Gelukkig nemen Lejo het vervangstuk mee. Maar jah wat zijn we daar mee… Het geeft ons weinig zekerheid dat het niet weer breekt. Ik heb mijn portie stagbreken wel gehad. Ik moet toegeven dat mijn vertrouwen in de stevigheid en veiligheid van de Pirlouit beschadigd is. Misschien wint hij het weer terug als het zeilen, nu zonder de hoofdvoorstag, goedloopt (voor de komende 570NM). Veel keus hebben we niet. Er is niet genoeg diesel om alles op motor te doen. Dat zou ook alles behalve aangenaam zijn. Ik moet wel zeggen dat dit wantrouwen snel gerelativeerd kan worden. Ik denk niet dat we in levensgevaar geraken, of dat mijn vertrouwen op dat vlak geschaad is. Ook al gaat de mast eraf, dan zijn we nog niet gezonken. Dan zijn we wel een berg geld kwijt aan een of andere rescue operatie en kunnen we de rest van de reisplannen op onzen buik schrijven. Een weinig comfortabele, noch rustgevende 570NM voor de boeg dus. Bij iedere golf die de fok en de boom doet kletteren krimp ik bijna ineen. Zou hij nu gemakkelijk kunnen vallen? Of zijn de drie vallen en wegneembare stag genoeg om alle schokken op te vangen?

Nu, na een nacht wacht en slaap, gaat het alweer een beetje beter met mijn moraal. We gaan dan toch nog een beetje vooruit (hoera voor Pirlouit!. Met de kleine fok op de wegneembare stag of de reacher (die kan zonder stag) als er minder wind is, zoals nu. We gaan toch nog 4kn vooruit. Da’s minder spectaculair dan de snelheden die we vorige week deden, maar toch, ’t is iets. De wind gaat afnemen en op kop komen… Dat willen we niet. Het lijkt ons niet veilig een aandewindse koers te gaan varen zonder die stag. Dus als het zo ver is, doen we de zeilen naar beneden en motoren we die periode door, in afwachting van wind in de rug. We varen trouwens enkele onbewoonde eilanden voorbij. Momenteel een atol 22NM ten zuiden van ons 🙂 Ze zijn te ver en te laag om ze te kunnen zien.

Groetjes Sanne en Dries

<This is a satmail communication, start a new mail for reply, keep the text simple and don’t add anything else.>

Rapa Nui (14 tem 22 april)

FullSizeRender

[Bericht via satmail 27/04]

“De romantische manier van reizen vergt ‘zeeën’ van tijd. Je kunt beter over een eigen zeilboot beschikken of… bootliften.” Dat zegt de Trotter van Kristof. Het staat helemaal achtering: Rapa Nui. Onze laatste Chileense stop. De officiele naam is Paaseiland. Ik vind het een beetje onnozel klinken. Het wekt een angstaanjagend verkeerd beeld op van het eiland 🙂 Zoals de tekening van mijn nichtje Lenthe dat beschreef; een rode zeilboot voor een groene lap in de zee, het dek en het land afgeladen vol met kleurrijke eieren… Het was de Hollander Jacob Roggeveen die, net zoals ons, op Pasen dit eiland aandeed en er dan maar niets beter op vond dan het eiland zo te noemen. Het eiland werd nochtans al eeuwen Rapa Nui genoemd door de locals. Wat de tekening wel juist heeft is de groene lap. Het doet denken aan Ierland of de Shetlands. Er zijn geen bomen. In plaats van eieren ligt het eiland bezaaid met ‘Moai’. Door stammenoorlogen lagen er velen ook echt om. Archeologen hebben de meesten terug recht gezet. Ze staan vaak op rijtjes, soms alleen en staren de verte in. Ze lijken de bewakers van het eiland en geeft deze plek zijn mysterieuze allure.

Het vergde ook zeeën van tijd om er te geraken. Drie volle weken op zee. Achteraf lijken ze gewoon voorbij geslopen te zijn, geen muiterijen of andere drama’s. De onzekerheden en stres over Paaseiland waren wel groot. Al van bij de voorbereidingen en gesprekken met andere zeilers waren we gewaarschuwd: Het eiland is moeilijk aan te doen. Er zijn geen beschutte ankerplaatsen, met het draaien van de wind moet je ook een andere plek om het eiland heen vinden. Aangezien het eiland niet omringd is door een beschermend rif, zoals de polynesische atollen, wordt je constand belaagd door een stevige swell. Lees: gigantische golven. En dat terwijl je angstig voor anker ligt in de hoop dat het grip heeft. Maar toch, we kwamen van op zee! En ik kan niet zeggen dat onze twee laatste ankerplaatsen (Juan Fernandes en Manao) zo comfortabel waren. Dus we waren al wat gewoon. Het ergste zat in ons hoofd geprent, we waren blij dat we al een glimp van het eiland hadden opgevangen.

Aan land geraken was een andere zaak. Vinapu was onze eerste ankerplek en beschermde ons van de loeiende NWwind. Als we aan de kant zouden geraken… dan is het een klein uur stappen van het dorp Hanga Roa. De golven breken geweldadig de rotsen op. Geen kans dat we de boot hier onbewaakt achter kunnen laten, laat staan de dingy heel huids op de kant kunnen krijgen… Het bevooradingsschip Samson, twee andere zeiljachten en Plan B (de overdreven grote motoryacht met extra dingy’s en een helikopter op het dek die we al zagen op Fernandes) komen de hoek omvaren vanuit Hanga Roa, ook op zoek naar beschutting. Het Duitse zeiljacht Inti (www.radiopelicano.de) roept ons op via de radio. Ze zijn zo vriendelijk om wat info te geven over de ‘holding’ van het zand in deze baai. Enthousiast met sociaal contact smijten we de Moo in’t water en gaan op hun uitnodiging in. Claudia en Jonathan zijn hier al drie maand, ze stonden op de kant voor herstelwerken en schilderen, en liggen sinds een dag of twee weer in’t water. Dat is zeer ongewoon. Maar Jonathans zus woont hier en is getrouwd met een Rapa Nui. Ze kennen het eiland al goed en willen vooral hun boot op orde brengen aangezien hun tewaterlating nogal onverwachts gebeurde. Ze voelen er niet veel voor om nu de kant op te gaan.

Laat dat het advies zijn dat voortaan in de Pilots (Trotter voor zeevarenden) staat: Rapa Nui aandoen is best OK! Als je niet bang bent van heel wat gewiebel voor anker, met vier personen bent (of graag alleen aan land gaat) en van een degelijke dingy met voldoende pk’s voorzien bent. Klaar.
We hebben onze dingy simpelweg aan Jonathan gegeven, hem gevraagd om taxidriver te spelen zodat we veilig de kant op geraakten en hij de Pirlouit in de gaten te houden. Dit was de enige manier om samen aan wal te gaan. Zonder hen had ik alleen gegaan en afgewisseld met Dries. De dagen erna ging Dries een keer met Jonathan. Met ons eerste bezoek in Hanga Roa zagen we meteen waarom alle boten naar Vinapu gevlucht kwamen. De NW stond recht op het dorp en de baai leek de ganse pacific met enorme klappen te ontvangen. Je moet je dus voorbereiden op een verhuis zo nu en dan. Voor ons is dat een heel gedoe omdat we de 50m ketting verlengen met 25m touw. Dat klinkt gemakelijker dan het gaat. Op deze manier dient het gewicht van de ketting vooral als anker aangezien het anker met pensioen is…

Na een paar dagen is de wind gaan liggen en zijn we verhuist naar Hutu iti. Gewoon, voor een mooier uitzicht dan de olie opslag die we nu zien. Inti gaat mee. In Hutu iti worden we getrakteerd op een uitzicht over een lange rij Moai met een vulkaankrater op de achtergrond die hier ‘the fabric’ wordt genoemd. Dat is de plek waar de Moai’s werden gemaakt. Overal waar een historisch stofje of steentje ligt (dat is dus overal…) wordt er inkom gevraagd om ‘het park’ te bezoeken. Dat is de Chileense overheid. Chilenen mogen zo goed als gratis in ‘het park’, al de rest moet zo’n 80euro betalen. 80euro!? Dat is voor ons nogal absurd omdat we nooit zeker zijn of we aan de kant gaan geraken en of we alles te zien gaan krijgen. De opzichter is verbaasd als we met z’n vieren het grasveld van ‘het park’ op stappen. Aangezien we van zee kwamen zijn we onbewust ‘het park’ binnen gewandeld. Hij stuurt ons via de ingang weer de straat op. ‘Het park’ hier betreft een wei met paarden aan de baai. Tussen de rotsen die de golven breken en de grazende paarden staat een rij van 15 Moai. Die je het best vanop de weg, aan de rand van ‘het park’ kan zien. Na een wandelingetje en een pintje, bij zonsondergang, is de opzichter naar huis en moeten we weer ‘het park’ door om bij de boot te geraken.

Lots of smoke, little bit of a panic!
Nu de wind helemaal gaat liggen kunnen we naar Anakena aan de Noordkant van het eiland. Een baai die ik zeker wil zien voor we hier weg zijn. Het maakt ons rondje om het eiland af en men zegt dat hier een wit strand is met palmbomen! joehoew! We vertrekken samen met Inti naar het kleine paradijsje van Rapa Nui. Het ophalen van het anker vraagt veel van de baterijen en de motor. We zijn er nog niet helemaal uit wat het probleem is. Om de baterijen bij geladen te krijgen maak ik veel toeren, dat is Pirlouit niet gewoon. Plots wordt de geur die we tot nu al wat gewoon waren toch feller en zie ik een rookwolk naar buiten komen! Paniek! Ik roep Dries naar achter, motor uit, genua open en stuur weg van de rotsen. De alternatorriem is in frut van een. Ik heb geen betere manier om het te zeggen. Het is nochtans een nieuwe. Op Chiloe dachten we dat hij niet strak genoeg stond, nu mss te strak? Of komt het doordat we zo hoog in toeren gingen? Dries zet een van de drie reserve riemen (fieuw 😉 genoeg) erop en Inti blijft stand by op de radio en in de buurt. Hop naar Anakena! Dat kan je op de foto’s zien, da’s prachtig!

Van daaruit ga ik met Jonathan en Claudia in de micro jeep naar het stort om ons afval te dumpen en te bevooraden in Hanga Roa. Dries past op de boten. Na vier weken hebben we twee GB-zakses met plestic afval. Al het organische en metaal gaat overboord, als we ver genoeg uit de kust zijn toch. Blikjes roesten zelf aan boord al half weg. Je moet er wel gaten in maken zoadat ze zeker zinken. En dan nog, in de hele overtocht heb ik in totaal drie blikjes geopend. Glas houd ik altijd bij. Potjes zijn eindeloos bruikbaar. De micro jeep is alles behalve waterdicht, na een regenbui en een soort van safaritrip naar het huis van Jonathans zus zijn we nat geregend en onder de modder 🙂

De avond voor vertrek doen we een BBQ in Anakena met Lisa (Jonathans zus) haar man en dochtertje. Ze hebben gemarineerde koeienribben bij en geven nog een kilo filet cadeau voor aan boord. Paaskoeien zijn de lekkerste koeien die ik tot nu toe gegeten heb. Ik betwijfel of ik vlees thuis nog wel lekker ga vinden. Ongetwijfeld horen ze bij de gelukkigste koeien op aarde!

Inti vertrekt een dag later. We zien elkaar bij aankomst in Gambier weer. Naar de Pilots beloven wordt het daar minder ruig, confortabel en CHILL!

DSCN5805 (2304 x 1728)

Noodstop Algarrobo

Door de voorstag die het allemaal even wat in de soep gooit kunnen we toch nog een bezoek brengen aan ‘isla negra’ waar het vakantiehuis v Pablo Neruda staat en Valparaíso waar we toch een klein beetje verliefd op worden in 1 dag.

(4/03/17) Daar gaan we dan…

We varen via canal chacao de Pacific op. Correctie: vliegen… Met de sterke stroom mee halen we 10kn! Er is maar weinig wind. We manoeuvreren tussen de eilandjes door richting noord om de inkomende oceaandeining te ontwijken. Zoals eerder gezegd zijn de zeilcondities ondermaats en moeten we beiden nog erg wennen aan de zee. 

We krijgen wel erg veel sealife support! Dat fleurt alles wat op! Constant dolfijnen show zonder reservering op voorhand. Walvissen erg dicht bij, das altijd ff hard verschieten… Als in: ge springt echt recht, whaaa! En denkt in de eerste plaats: een monster! Vlak naast de boot! Daarna pas kan je nadenken en herinnert ge u dat walvissen over het algemeen goedaardige dieren zijn en niet meteen een zeilboot attaceren voor de fun… 

Voorbereiding en afscheid in\van Quinched (eind februari 17)

Bericht van satmail 07 april

IMG_1795

Deze ochtend bij de pannenkoeken: We deden de laatste 20u zo’n 100NM! We gaan snel! De wind staat er stevig in vanachter. Grootzeil staat volledig met de kleine fok en de genua uitgeboomd aan de andere kant. We gaan al een hele tijd 6 tot 7kn recht op het doel. We love the tradewinds! Stevige regenbuien belagen ons zo nu en dan. Ze geven verfrissing, zoet water en een woelige zee: een rollercoaster effect. Zo een die je nog niet kent en waarvan je niet weet waar de volgende bocht heen gaat. Bij stevige windstoten davert Pirlouit tot 9kn alsof we naar beneden vallen na de overkop… Even kijken: we moeten nog maar 718NM doen tot aan de paaseilanden! Yess! We zijn zo hard al over de helft! We sturen er recht op af. Niet meer in een boog op zoek naar wind. Dat doet veel aan de moraal. Pasen op paaseiland, ha ik dacht altijd dat het een grap van Sanne was maar het lijkt erop dat ze toch gelijk kan hebben.

Bericht van Satmail

4 maart, we gaan de pacific op. We zijn er klaar voor, dat dachten we toch. De laatste nacht was er een vr in het ‘slechte ervaringen boek’ te schrijven. we sliepen allebij nauwelijks omdat Pirlouit super hard rolt in de baai waar we geankerd zijn: Horror. Ik vraag me af of het op paaseilanden nog erger kan!? Smorgens vroeg zijn we weg samen met Lyra. Het is een rustig begin, mss iets te rustig waardoor we lang moeten motoren. Het oceaanleven moet zich nog een beetje in ons settelen. We zijn allebij uit ons ritme door die nacht zonder slaap en Sanne is zeeziek. Er komt wel wind, maar die is heel onstabiel; veranderd vaak van kant en sterkte, dat betekend veel zeilwissels en proberen, wat zeeziekte niet bevorderd. Tijdens het doorworstelen van de wachten worden we wel beloond met walvissen. We zien er dagelijks een paar! Zelfs wanneer Sanne in de mast zit om de gebroken voorstag met genua naar beneden te krijgen zien we allebij walvissen in de verte. Geen van ons riep iets, maar we zagen ze wel. Sanne waarschijnlijk het best, maar die probeerde te overleven. 🙂 ’t was niet de moment.

In Algarrobo verschieten we hoe snel alles geregeld geraakt. Na het trage tempo van Chiloe was onze hoop op een snelle herstelling niet al te hoog. We hadden het al over hoelang het zou duren om de stukken met express over te laten komen en of ze uiteindelijk dan wel zouden aankomen. Op Chiloe was dat niet altijd het geval. Blijkbaar ligt dat een beetje aan het karakter van Chiloe, misschien toch echt een eiland. Vrijdagochtend (10maart) komen we aan id haven, onmogelijk dit in Chili te kopen, zegt de Belg die de haven runt. ‘Maar ik weet wel iemand die het kan maken’. Zaterdagavond begint een metaalbewerker de stukken al te herstellen en zondag kunnen we ze installeren. Het bleek niet zo gemakkelijk, alle spanning moest van de andere stagen en ’t was trekken en sleuren. Tijdens het sukkelen laat ik een borstbout in het water vallen, havenklusser Jose heeft er een voor ons. Maandag staat de voorstag er weer op, deze keer onder grotere spanning.

Tijdens ons landreizen hadden we Valparaiso geskipt. Daar had Sanne al spijt van. Het is niet ver van onze ligplaats dus gaan we daar een dagje toeristen.
Ons vertrek wordt zoals gewoonlijk degelijk vertraagd door gehussel met de Armada, douane én immigratie. Armada wil altijd een veiligheidscontrole uitvoeren nadat ze horen dat een boot technische problemen had. Dat is een goed idee zou ik denken. Maar ze sturen steeds iemand die eigenlijk geen kennis heeft van het onderwerp. Dat hadden we in Chiloe al. De technisch controleur die onze motor kwam controleren, nadat we een probleem met de alternator hadden, keek ook naar de foute kant van de motor. Dries moest hem aanwijzen wat de alternator was. Met diepe rimpels in het voorhoofd bekeek hij de alternator, stempel en handtekening op een papiertje en we mochten gaan. 🙂 De controleur die voor de voorstag kwam dierf niet eens aan boord komen, hij vond de stap van de steiger op de boot té groot om te overbruggen, laat staan dat we hem in de mast kregen om naar de herstelde stukken in de mast te kijken. Hij was tevreden met een foto op Dries zijn telefoon: stempel en handtekening, klaar. Het circus duurde wel de hele dag. De tijd dat de zon onder ging zei de immigratie, met strenge stem, dat we vandaag nog moesten vertrekken. Wie doet dat nu als de zon al onder begint te gaan!? We blijven stiekem nog een nachtje illegaal. Dat kwam goed uit want Less vaart net de haven binnen. We leerden hem in Chiloe kennen… Hij nodigt ons uit bij hem thuis te komen eten 🙂 We wijzen hem er wel op dat we illegaal zijn natuurlijk…

We vliegen naar Juan Fernandes en komen ’s ochtends aan op Sanne haar verjaardag. Feest! Sanne is blij dat we er zijn. Ook deze trip was ze niet al te best. De eerste zak chips kan eindelijk open! Dat was de afspraak: We kopen één zak chips per maand, ondanks het feit dat we ze beide wel dagelijks kunnen eten:-) Ze nemen te veel plaats in aan boord. Voor de maand maart vonden we de 19e alvast mooi om hem te kraken. De rest gaat dus ook iedere keer rond de 19e open 🙂 Dat komt goed uit want vaak valt er dan wel iets te vieren 😉 Lyra komt een dag na ons de baai binnenvaren en we maken kennis met vier Fransen op twee andere yachten. Juan Fernandes bied ons mooie wandeltochten, spectaculaire vieuws en veel vis. Je schept ze gewoon uit de zee 😉 Bij ons vertrek vang ik al meteen een tonijn van 50cm. We wegen: alle filets tesamen is het 1,5kg tonijnsteak! Njammie!

Het vertrek geeft wat zenuwen. Het is niet zeker dat we bij Paaseiland kunnen stoppen. We horen niets anders dan dat er geen goede en veilige ankerplaatsen zijn en dat het sterk afhangt van de windrichting of we er halt kunnen houden. Als we er niet kunnen stoppen moeten we door tot Gambier. Dat zou een lange oversteek kunnen worden van ongeveer 40 dagen. Hopelijk kunnen we na een 20tal dagen wel op Paaseiland stoppen als pauze. Maar we bereiden ons voor op beide.

We zijn anderhalve week onderweg, we gingen een goed stuk naar het Noorden, een omweg om de passaatwinden op te zoeken. De wind is vaak ruim en licht, genua wordt uitgeboomd met de werkfok aan de andere kant. De halfwinder en spinakker zijn mooie aanwinsten. De oceaandijning is hoog en laat de giek hard overenweer knallen. Dat maakt je zot. Dus het grootzeil wordt het merendeel van de tijd uitgesloten 🙂 Een nacht brak de val van de halfwinder en moesten we hem uit het water vissen. We weten hoe het kwam, maar het valt hier niet op te lossen. Dus we halen hem om de zoveel tijd naar beneden om de knoop te veranderen zodat de val niet steeds op hetzelfde punt belast word 🙂 foefelen.

De zee zit in ons vel, we zijn niet ziek en zitten in het ritme van de wacht. Da’s goed 🙂 Tijdens de vorige stukken begon ik (Sanne) al te twijfelen of ik zeilen wel zo leuk vond. Met al dat gewiebel en gedoe 🙂 Maar ik wist dat ik dat pas mocht evalueren als we eenmaal op Gambier waren aangekomen. Dit was een tussentijdse evaluatie 😉

X Pirlouit
03-04-2017
S26°58′ W088°00′

Verjaardag

ik werd vanmorgen wakker met de geur van pannenkoeken en een prachtig uitzicht… Juan Fernández eilanden! De eilanden die al lang in mijn hoofd als een gele vlek op de kaart zaten krijgen een realistischere aanblik 😃

Troubles

Die witte worst aan de zijkant vd boot is onze rolgenua. Mooi opgerold zou je zeggen was het niet dat deze normaal verticaal staat met de voorstag (inox staaldraad die de mast rechthoud) erin. 

2dagen terug op ongeveer 250NM SE van onze bestemming Juan Fernadez rond de middag knalt de voorstad los. Verschieten! Mast rechthouden! Al snel komt het bijhorende gevloek en gekloot. Sanne vliegt in haar klimbroek, ik zet meteen twee vallen naar voor en onder spanning. Mast gezekerd, nu die genua nog naar beneden krijgen. Omdat het rolsysteem boven in de mast vastgeknoopt zit aan de zijstag moeten we dat eerst lossnijden. Gelukkig zijn de weergoden ons wat mild en lukt het sanne om zonder breuken terug naar benden te komen, de blauwe plekken das een andere zaak. We worden nog geen uur nadat dit gebeurt opgeroepen  door de Chilenean Naval Control voor een ‘routine’ controle. We zeggen hen hoe het zit en dat we er zelf nog mee bezig zijn. 15min later draait er een vliegtuig 2a3 rondjes rond ons. (Die jongens weten verdomd goed waar ze mee bezig zijn) Als heel de boel vast ligt roep ik hen terug op en meld dat we op motor naar  Algarrobo varen, 210Nm NE van ons. Hopelijk vinden we snel de nodige stukken. 

Prepping Pirlouit

In het begin was het vooral ff terug gewoon worden. Nu zijn we daar al volledig over. Pirlouit is langs onder ff gecheckt door Sanne en daarna zijn we weer het strand op gevaren. 1 keer om te kuisen en 1 keer vr een extra laag antifouling. Klaar, dit kan al van de lijst.

Ik had het mezelf beloofd, voor we de pacific op gaan werkt het ankerlicht. Sanne had er niet het volste vertrouwen in, ik kan haar geen ongelijk geven, na talrijke vruchtloze pogingen de vorige jaren. Maar … HET WERKT

dscn4840

Hopelijk blijft het werken !

Een welverdiende pauze komt als geroepen, Pablo en Nacha  zijn hier een zeilschooltje aan het opstarten. Samen zeil en surfen we. Ciruela (de hond) is een echte waterrat.

Jamie zijn boot is klaar en vraagt aan ons om ff mee te varen naar zijn boei achter de hoek. Hij is zo blij dat we hem helpen dat we zijn auto 4 dagen mogen gebruiken. Dit bespaart ons, een vaart naar Puerto Montt, dure taxi ritten, een auto huren, heel veel tijd,… we zijn superblij.

De limiet vd creditkaart wordt opgezocht, (en gevonden) een echte shitload aan basisvoedsel voor de komende 8 maand. Zoals, 50kg pasta, 50kg bloem, 6kg suiker, 8flessen sterke, 40L wijn, 384pintjes, 10kg melkpoeder, 88rollen wc papier, 6kg koffie, 25kg tomaat in blik en veel, veel meer!

De afwas blijft even staan terwijl we de inkopen doen en alles proberen kwijt te geraken in de boot. dus doen we die mr ff met de kruiwagen. Sanne en Rian slagen ook d handen in elkaar om chutnys te maken, k heb daar niets op tegen.

Bolivia

Als we dan toch zo dichtbij zijn kunnen we maar beter ineens ff gaan kijken. Salar de Uyuni, 4dagen